Overslaan en naar de inhoud gaan

De bijeneter, een tropische verrassing langs de Maas.

25 september 2026

Bijeneter

Het is juni, de zomervakantie moet nog beginnen maar de dagen zijn al bloedheet. De tweede hittegolf zet in vanuit de Mediterrane. Mijn wandelgroep zoekt het water op in de Rijkelse Bemden bij Beesel, een route uit het wandelboek ‘De Midden-Limburgse Maasterrassen’. Struinend lopen we de lange pier op die de Maas van het grindgat scheidt. Kruidenrijke Maasdalflora fleurt op onder een strakke blauwe lucht. Foto’s makend loop ik al snel achterop en zie in een flits een vogel met spitse vleugels richting het open water van de Maas vliegen, scherp kerend in de lucht. De vogel is groter dan de ijsvogel die veelal als een streep vlak over het water scheert. De zweefvlucht volgend krijg ik het dier beter in beeld en zie een kleurrijk palet: azuurblauwe borst, gele bef, roestbruine kop, vleugels met oranje en gele veren en een blauwgroenige staart. Mijn eerste bijeneter is een feit. Met een scherpe draai keert de vogel landinwaarts en strijkt naast een soortgenoot neer op een tak van een dode populier. Getweeën rondturen, synchroon naar links en rechts. 

De kleurenrijkdom van de vogel geeft het idee dat de bijeneter uit een Afrikaans oerwoud is ontsnapt. Langs de Middellandse zee is het een veel voorkomende broedvogel maar door de klimaatverandering zoekt de vogel het steeds noordelijker op. Vanaf eind april vliegt een aantal bijeneters van hun ‘winterverblijf’ in noordelijk Afrika voorbij de Pyreneeën naar ons land of zelfs tot aan Zweden toe om te broeden. Sinds het in juli overdag gemiddeld 21 graden Celsius of hoger wordt, heeft hij het hier prima naar zijn zin. Daarmee geeft de komst van de vogel duidelijk de opwarming van de aarde weer. De eerste waarneming in Nederland was in 1964 op Landgoed De Bedelaar in Heythuysen en vanaf die tijd neemt het aantal toe. Zeker langs het water waar veel insecten verblijven. Ze vangen vooral hommels, wespen, bijen, libellen en kevers met hun lange kromgebogen snavel. De kruidenrijke onbespoten vegetatie bij de Rijkelse Bemden zorgt voor voldoende aanbod. Langs de Maas zijn steilranden waarin de bijeneter net als de oeverzwaluw en de ijsvogel het nest graaft. Hierin worden vijf eieren uitgebroed. Ook langs de meanderende Roer zijn lemige steilranden, kruidenrijke oevers en heerst veel rust. De afgelopen jaren worden daar rond de vijf broedparen gesignaleerd. Andere goede broedplaatsen zijn de groeves in het Brachterwald en bij het Haezelaarsbroek nabij Susteren. Aan het eind van augustus werd een groep van 40 exemplaren waargenomen boven het Roerdal. De volwassen exemplaren met hun grootgebrachte jongen verzamelden zich om richting Afrika te vliegen. 

Na onze wandeling is het alleen maar warmer geworden, blijkbaar geen probleem voor deze vogel. Kleurrijk zweeft hij met spitse vleugels en gespreide staart voor mij uit, draait scherp links en rechts, pikt een insect uit de lucht en strijkt weer neer op zijn oude stek, de dode tak van de populier.

Tekst door: Math de Ponti

Foto's: Anja van Halbeek

Bijeneter
Bijeneter